Zwitsers Nationaal Park: ontdek het oudste natuurgebied van de Alpen

Volledige reisgids kopen voor € 10

Zwitsers Nationaal Park: ontdek het oudste natuurgebied van de Alpen

18 september 2026 in Zwitserland0 reacties

Er is maar één plek waar de natuur nog echt de baas is. Geen skiliften, enkel wandelpaden en wilde dieren. Het Zwitsers Nationaal Park ligt in Engadin, in het kanton Graubünden, is met zijn ruim 170 vierkante kilometer het oudste park van de Alpen.

Het is een streng beschermd natuurgebied waar de mens al meer dan honderd jaar zo min mogelijk ingrijpt. Toch kan je genieten van de mooiste plekken in het Nationaal Park. In dit artikel lees je hoe je een bezoek aan het park het best aanpakt: van de geschiedenis en de regels tot de mooiste wandelroutes en waar je in de buurt overnacht.

Inhoud artikel

Zwitsers Nationaal Park: oudste wildernisgebied van de Alpen

Het park werd opgericht op 1 augustus 1914, op initiatief van onder andere de Zwitserse zoöloog Paul Sarasin. Daarmee is dit natuurgebied in Zwitserland niet alleen het oudste park van de Alpen, maar een van de eerste nationale parken van heel Europa. Toen het idee vanuit de Verenigde Staten naar hier waaide, werden in Zweden in 1909 de eerste nationale parken opgericht, en al snel ook het Zwitserse Nationale Park.

Wat begon als een experiment is uitgegroeid tot iets unieks: al sinds 1917 loopt hier een ecologisch meetprogramma op vaste plots, een van de langst lopende in de wereld. Onderzoekers volgen al meer dan een eeuw hoe een landschap zich ontwikkelt zonder maaien, kappen of beweiden. Het resultaat zie je vandaag: dichte naaldwouden, kale rotswanden die langzaam weer begroeien, en een dierenpopulatie die zich heeft kunnen herstellen.

Op de kaart

Het Nationaal Park ligt in het uiterste oosten van Zwitserland, in het kanton Graubünden. Als je de kaart hieronder bekijkt, zie je meteen welke plekken je zeker in de regio moet bezoeken:

  1. Regels in het Nationaal Park

Voor je naar het Nationaal Park in Zwitserland reist, willen we je eerst nog wat regels meegeven. Het park hanteert een van de strengste bezoekersreglementen van de Alpen, en dat is nodig.

Je mag de gemarkeerde paden nergens verlaten, honden zijn nergens toegestaan (ook niet aan de lijn), fietsen mag niet, en overnachten kan alleen in de berghut Chamanna Cluozza. Bloemen plukken, stenen meenemen of drones opsturen zijn allemaal uit den boze. Wie hier verwacht vrij te kunnen zwerven zoals in een gewoon Alpenpark komt bedrogen uit. De natuur moet te allen tijde behouden en beschermd worden. Als je een van de regels overtreedt, zal je een fikse boete krijgen.

Kleine tip: check vóór vertrek altijd de actuele status van de paden op de site van het park. Een fikse regenbui kan een brug of pad tijdelijk sluiten, ook midden in de zomer. Actuele info op de website

  1. Nationalparkzentrum Zernez

Dit is hét startpunt voor je bezoek aan het park. Zernez is de poort van het Nationaal Park en het bezoekerscentrum daar is de logische eerste stop. In deze tentoonstellingsruimtes leer je over de geologie, flora en fauna en de honderdjarige onderzoeksgeschiedenis van het gebied. Zo zie je welke grote invloed dit park is geweest op de gedachtenontwikkeling over natuurbescherming in de rest van Europa. De infobalie is gratis toegankelijk, maar voor de tentoonstelling betaal je een klein bedrag. Het museum is mooi opgebouwd, af en toe interactief en zeker een kijkje waard.

Met je Swiss Museum Pass krijg je gratis toegang tot de interactieve tentoonstellingen over de flora, fauna en geschiedenis van het Zwitsers Nationaal Park.
  1. Val Trupchun

Genoeg voorbereidingen, nu is het tijd om het park zelf te ontdekken. En hoe beter met een wandeling naar de beste plek om dieren te spotten. Vanaf het station van S-chanf loop je langs de rivier de Ova da Trupchun een van de meest diervriendelijke valleien van de Alpen in. Edelherten, steenbokken, gemzen en bergmarmotten laten zich hier geregeld zien, en met wat geluk cirkelt er een lammergier boven je hoofd. September en oktober, tijdens de bronsttijd van het hert, zijn de beste maanden om ze te horen roepen.

TIP: neem tijdens je wandeling een verrekijker mee. Zo bewonder je de dieren van een veilige afstand.
  1. Munt la Schera

Deze panoramaroute is de mooiste grensoversteek die je te voet maakt. De wandeling van zo'n 13 kilometer vertrekt bij de halte Buffalora, meteen na de Ofenpass, en eindigt bij Il Fuorn. Reken op ongeveer viereneenhalf tot vijf uur, met 2.586 meter als hoogste punt. Onderweg steek je door een laagveenmoeras bij de Alp Buffalora, klim je door een oud arvenbos naar de Alp Marangun, en passeer je vlak bij het pad de ingang van een eeuwenoude mijnstollen: de Minieras da Fiern. Hier werd tussen de veertiende en achttiende eeuw ijzererts gewonnen. Even verderop zie je de aardstromen van de Munt Chavagl naar beneden lopen.

Tip: de route kan ook zonder de beklimming van de top, als je liever een rustigere versie wandelt

De top zelf is een grenstop tussen Graubünden en Lombardije, en het uitzicht is meteen bijzonder: aan de ene kant het Livigno-stuwmeer en de bergen van het Italiaanse Stelviopark, aan de andere kant de bekende toppen van de Bernina-groep. Wie er vroeg in de zomer is, loopt bovendien dwars door velden vol alpenbloemen, edelweiss inbegrepen, in hoeveelheden die je elders in de Alpen niet snel meer tegenkomt.

Het is zeker een van de zwaardere routes in het park en sneeuwvelden kunnen tot in de zomermaanden blijven liggen op de hooggelegen stukken. Onderschat de wandelingen dus niet en bereid je goed voor! Neem voldoende water mee, kies de juiste wandelschoenen

  1. Chamanna Cluozza

Dit is de enige plek in het hele plek waar je mag overnachten. De houten, bemande berghut werd in 1910 gebouwd door Curdin Grass uit Zernez, op 1.882 meter hoogte in het afgelegen Val Cluozza. In 2021 kreeg de hut een grondige, ecologisch verantwoorde renovatie en ging ze in juni 2022 weer open. Vandaag biedt ze plaats aan 61 gasten, verdeeld over kamers en matrassenlagers.

Wist je dat Val Cluozza het allereerste dal was dat de gemeente Zernez in 1909 aan het ontluikende park afstond?

Comfortabel is een groot woord: er zijn wasgelegenheden maar geen douches, een eigen hüttenslaapzak is verplicht (te huur of te koop ter plekke), en overnachten kan alleen met halfpension. Maar dat is net de reden om naar hier te komen! Zo kom je helemaal tot rust in de prachtige natuur en ben je even afgezonderd van de digitale wereld. Want je gsm-bereik valt weg en er is geen internet.

  1. Ova Spin en het Kinderpfad Champlönch

Niet elke wandeling hoeft een dagvullende expeditie te zijn. Vanaf parkeerplaats 1 bij Ova Spin vertrekt het Kinderpfad Champlönch: een lus van 6 kilometer naar Il Fuorn. In twee uurtjes volg je een stuk van het oude Saumpfad, de muildierroute die hier liep voor de huidige Ofenpassweg, en slinger je door het lange, vlakke dal van Champlönch.

Tussen de veenmoerasjes en bergdennen is het een mooie wandeling voor gezinnen. Zeker met het GPS-apparaat, dat je huurt bij het Nationaal Parkcentrum in Zernez. Hierop verschijnen tien virtuele metgezellen en vertellen elk een verhaal dat perfect aansluit bij de huidige locatie. Een leuk extraatje voor de kinderen. Op de Alp Grimmels, halverwege de route, wachten bovendien de bekendste bewoners van het park: een kolonie marmotten die zich weinig aantrekt van voorbijgangers.

  1. S-charl en Val Mingèr

Dit hoekje in het oosten van het park draagt een andere soort geschiedenis met zich mee. Val Mingèr betekent letterlijk 'dal van de mijnwerkers' en eeuwenlang werd hier lood- en zilvererts gedolven, tot in het naburige S-charl zelfs meer dan 700 jaar lang. Van de twaalfde tot de negentiende eeuw. Het Museum Schmelzra in S-charl, gebouwd rond de ruïnes van de oude smeltoven, laat zien hoe zwaar dat werk was, met wekelijkse rondleidingen door de toegankelijke mijngangen.

Je maakt hier een wandeling van elf kilometer vanaf de bushalte Scuol-Val Mingèr naar het uitzichtpunt Sur il Foss op 2.317 meter. In dit gebied werd de laatste levende beer in 1904 doodgeschoten, tien jaar voor het park werd opgericht en dus net te laat om de dieren te redden. Maar sinds 2005 duiken er af en toe weer beren op, vanuit Italië wellicht. In het museum vind je er ook een aparte tentoonstelling over. Kijk ook uit naar de 'heksenkop' onderweg, een speciale rotsformatie. En met wat geluk spot je hier ook nog edelherten of gemzen.

  1. Piz dal Diavel en Macun

Een minder bezochte plek ligt in de rotsen van de Val Trupchun, de Val Tantermozza en bij de Piz dal Diavel. Toch is het wetenschappelijk misschien wel het boeiendste stukje van het Zwitsers Nationaal Park. Hier staan voetafdrukken van dinosauriërs, zo'n 220 miljoen jaar oud, een tijd toen dit gebied nog een ondiepe kusteb was, en lang voor de Alpen zich omhoog vormden. De vindplaatsen zelf zijn strikt verboden en ontoegankelijk voor het publiek. Het park ligt middenin de Engadiner Dolomieten, een geologisch wonder van de opstuwing van de Oostalpen, met de grootste aaneengesloten Erika-bergdennenbossen van Europa als gevolg van de kalkrijke bodem.

Wie verder noordoostwaarts trekt, komt bij het Macun-plateau: een rondhoekige gletsjervallei met meer dan twintig bergmeren op een boog van amper enkele vierkante kilometers. En in het Val Sassa een van de grootste blokgletsjers van Zwitserland. Het park telt daarnaast meer dan 650 hogere plantensoorten, waaronder 17 soorten orchideeën. Je kan ook meer dan duizend diersoorten spotten, van de vertrouwde steenbok tot ontelbare ongewervelden die je bijna nooit ziet.

  1. Meerdaagse mountainbiketocht rond het park

Wat je binnen de grenzen van het park niet, kan er wel vlak omheen: fietsen. In het Zwitsers Nationaal Park is fietsen overal verboden, maar de streek eromheen is perfect voor een tocht. Het Unterengadin en het Val Müstair, is precies daarom uitgegroeid tot een van de betere e-MTB-bestemmingen van Zwitserland. Het terrein is er noch te steil, noch te vlak: ideaal om met een beetje elektrische ondersteuning bergpassen, bospaden en singletrails aan te kunnen zonder dat het een dag afzien wordt.

De officiële vierdaagse route Nationalparkregion doet de hele streek rond het park: 204,7 kilometer, zo'n 4.340 hoogtemeters en vier dagen, met bagagetransport van hotel naar hotel inbegrepen. Om je een idee te geven wat je te wachten staat:

  • Etappe 1 gaat van Scuol naar Val Müstair (52 km, 1.400 hm): via het historische S-charl en langs het God da Tamangur, het hoogst gelegen arvenbos van Europa, omhoog naar de Pass da Costainas (2.250 m) en weer naar beneden.
  • Etappe 2 brengt je van Val Müstair naar Livigno (ca. 36-50 km): dwars door het wilde Val Mora, langs het Lago di San Giacomo en over de Passo Alpisella de grens met Italië over.
  • Etappe 3 loopt van Livigno naar Zuoz (62 km): via de Fuorcola di Livigno en de Berninapas, langs het Bernina Express-traject tot in Pontresina, en verder via het meer van St. Moritz naar Zuoz.
  • Etappe 4 keert terug naar Scuol (de rustigste dag): via Zernez, Susch en Lavin naar Guarda, het dorpje van het kinderboekfiguurtje Schellen-Ursli, met uitzicht op kasteel Tarasp en de Unterengadiner Dolomieten.
  1. Museum schmelzra

In het voormalige beheersgebouw van de lood- en zilvermijnen van S-charl leer je hoe hard dit dal ooit werkte. Van de twaalfde tot de negentiende eeuw werd hier met de hand erts gedolven en gesmolten, vandaar ook de naam Schmelzra. Tijdens de wekelijkse rondleiding kruip je zelf een oude stollen in.

Op de bovenverdieping zit sinds 1997 een heel ander verhaal: dat van de Zwitserse beer. Vlak bij het museum werd in 1904 de laatste inheemse beer doodgeschoten, hij staat er nog altijd opgezet. Pas in 2005 stak met "Lumpaz" weer een beer de grens met Italië over. In de kelder en op de begane grond zie je het gereedschap en materiaal van de mijnwerkers en boeren die hier leefden; wie durft, kan tijdens een van de wekelijkse rondleidingen zelf een van de oude stollen in kruipen.

Het is een interessant museum en makkelijk te combineren met S-charl en Val Mingèr, die we al eerder in het artikel hebben besproken.
  1. De hoogste toppen van het Zwitsers Nationaal Park

Het park heeft geen indrukwekkende drieduizenders om op te wandelen, op één na. Piz Pisoc (3.173 m) is technisch het hoogste punt dat met het park verbonden is, maar alleen de oostflank ligt binnen de grenzen; de top zelf ligt op de bergkam richting Tarasp. Piz da l'Acqua (3.126 m) en Piz Chaschauna (3.071 m) liggen dan weer precies op de grens met Italië, waar het Zwitsers Nationaal Park overgaat in het Italiaanse Stelvio-park.

De enige van de vier die je ook echt mag beklimmen, is Piz Quattervals (3.165 m). Het is de hoogste top die volledig binnen het park ligt. De beklimming, vanaf Chamanna Cluozza door het Valletta-dal, mag uitsluitend via die ene vaste route en geldt als alpinistisch: reken op zes uur klimmen en wat lichte klauterpartijen boven de 2.500 meter.

  1. Nog enkele wandeltips in het park

De wandelingen die je eerder al in het artikel vindt, zijn maar een deel van het verhaal. Het Parc Naziunal Svizzer telt in totaal 21 officiële routes, goed voor ongeveer 80 kilometer aan wandelpaden. Het zijn de mooiste wandeltochten tussen 1.400 en 3.200 meter, hier zijn nog een paar aanraders:

  • Route Margun Grimmels: een rustige wandeling door gemengd naaldbos van den, spar en lariks, ideaal met kinderen.
  • Alp la Schera: familietocht met een verrassend gevarieerde flora, mierenhopen langs het pad en geregeld marmotten.
  • Murtèrgrat: een pittige aansluitroute vanaf de berghut, met een steile afdaling door de ruige Praspölkloof terug naar de Ofenpassstraat.
  • Fuorcla Val Sassa: de zwaarste route naar Chamanna Cluozza (zo'n zeveneneenhalf uur), over een bergpas met blik op de gletsjer van het Val Sassa.
  • Il Fuorn - Alp Stabelchod: kortere wandeling langs watervalletjes, mooi te combineren met een bezoek aan het hotel en de startplek van Munt la Schera.
  1. Dieren spotten in de Alpen

Omdat er binnen de grenzen al meer dan honderd jaar niet gejaagd wordt, gedragen de dieren hier zich anders dan elders in de Alpen: ze vluchten niet meteen weg, maar kijken je soms gewoon recht aan. Maar welke dieren kan je nu echt spotten in het Zwitsers Nationaal Park?

  • Steenbok (Capra ibex): rond 1650 uitgestorven in Graubünden, en later in heel Europa. Enkel in het Italiaanse Gran Paradiso overleefden er zo'n honderd. Nadat er kalfjes uit Italië werden gesmokkeld, kon Zwitserland in 1911 de eerste steenbokken opnieuw uitzetten. Mannetjes dragen hoorns tot een meter lang.
  • Edelhert (Cervus elaphus): het grootste wilde dier van Zwitserland. Tijdens de bronsttijd in september galmt Val Trupchun van het geloei van soms wel vijfhonderd herten tegelijk, een geluid dat je nog lang bijblijft.
  • Gems: behendige klimmers die je vooral op de steilere rotswanden ziet, vaak in kleine kuddes.
  • Marmot: de bekendste bewoner van het park, met een eigen "taal" van fluittonen. Eén langgerekte schreeuw betekent alarmfase rood: een steenarend nadert.
  • Baardgier: begin twintigste eeuw uitgeroeid in de hele Alpen, omdat men dacht dat hij lammeren en zelfs kinderen roofde. In werkelijkheid eet hij uitsluitend aas, en slikt hij hele botten door. Vandaag cirkelen er weer zo'n 350 exemplaren boven de Alpen, met het park als een van de betere plekken om er een te spotten.

Blijf altijd op het pad en hou afstand als je een dier tegenkomt. Praat zacht en vermijd felle kleuren als je er eentje van dichtbij wil zien. Voeder de dieren nooit, ook geen marmotten die lief lijken. Een verrekijker of kleine telescoop komt goed van pas als je de dieren wil bewonderen.

  1. Praktische tips voor je bezoek

Het Zwitsers Nationaal Park is makkelijk te bezoeken, maar we geven je toch graag een aantal tips mee. Zo duiken er geen verrassingen op en wandel je zorgeloos de bergen in. Dit moet je zeker weten:

  • Wanneer gaan: de wandelpaden zijn doorgaans open van half mei tot half oktober; daarbuiten ligt er sneeuw en zijn de meeste routes afgesloten. September is de beste maand om dieren te spotten.
  • Hoe er raken: Zernez ligt aan de Rhätische Bahn, met treinverbindingen vanuit Chur en St. Moritz. Met de auto rijd je via de Ofenpass (route 28) dwars door het park. Let op, deze weg sluit bij zware sneeuwval.
  • Wat meenemen: stevige wandelschoenen, voldoende water en proviand (er zijn geen winkels of horeca binnen het park), en een verrekijker voor de dieren. De hoogte varieert van 1.400 tot ruim 3.200 meter, dus reken op stevige temperatuurverschillen.
  • De regels nog eens op een rij: blijf op de paden, geen honden, niet fietsen, niet kamperen (behalve in de Chamanna Cluozza), niets meenemen uit de natuur.
  1. Waar overnachten rond het Zwitsers Nationaal Park?

Zernez is de vanzelfsprekende uitvalsbasis, maar wie het park van meerdere kanten wil verkennen, doet er goed aan verder te kijken. Elk toegangspunt van het park heeft zijn eigen sfeer en zijn eigen wandelingen binnen handbereik. Bekijk zeker deze opties eens:

  • Hotel Parc Naziunal – Il Fuorn is, naast de Chamanna Cluozza, de enige overnachting die officieel binnen de grenzen van het park ligt. De kamers zijn ingericht met arven- en larikshout uit de streek, en het restaurant Arvenstübli serveert wild en Graubündense klassiekers. Meer info en boeken
  • Hotel Veduta in S-chanf is dan weer de logische keuze als Val Trupchun je hoofddoel is: het dorp ligt op loopafstand van het station en de bus naar de vallei. Rustig, landelijk hotel met restaurant, tuin en dakterras. Meer info en boeken
  • Hotel Engiadina in Scuol combineert dan weer wandelen met ontspannen: het zit in een zestiende-eeuws pand, op amper drie minuten lopen van het thermale bad Bogn Engiadina, de perfecte afsluiter na een tocht in het Val Mingèr of naar S-charl. Meer info en boeken
  1. Mis niets tijdens je verblijf in Zwitserland met onze reisgids

Wil je niets missen tijdens je vakantie in Zwitserland? Dan hebben we goed nieuws, want wij deden al het opzoekingswerk voor jou. Koop onze reisgids Zwitserland met een volledig uitgestippelde route langs alle bezienswaardigheden (+ gps-coördinaten). Eerst uitproberen? Download dan je gratis preview reisgids Zwitserland.

Zwitserland

Gratis reisgids Zwitserland downloaden


Geschreven door

Jordi De Smedt

Wil je elke week leuke reistips en voordelen ontvangen?